Ariti is 8 jaar geworden meldt de purser. Om me heen volgt een luid applaus. De helft van het vliegtuig kent hem. De toeristen kijken wat onwennig om zich heen. De 5 uur durende vlucht van Santiago naar Hanga Roa is geen standaard vlucht maar een vliegend dorp. Niet gek als je bedenkt dat op Paaseiland slechts 3000 mensen wonen en de verbinding met Chili de enige connectie is met de rest van de wereld. Op 2000 km van het dichtsbijzijnde infameuze Pitcairn en 4000 km van de eerste grote stad is Paaseiland het meest afgelegen bewoonde eiland ter wereld. En die solitaire positie heeft het eiland gemaakt tot wat het nu is.

Tijdloos

Alivaroa staat bij de luchthaven te wachten met zijn 4×4. Ik zie hem al vanaf de gate. De aankomsthal bestaat uit een bagageband in een groot uitgevallen schuur en voor de rest een tuin. De route naar Alivaroa’s cabañas is zo kort dat ik er een rondje sightseeing van het dorp bij krijg. Een paar blokken met lage houten huisjes met rieten daken met begroeiing eromheen die u kent van uw lokale plantenzaak: Meer is het niet. Veel uitspanningen bestaan uit restaurantjes waarin op de late tropenavond nog opvallend veel activiteit is. De 500 bedden voor toeristen zijn naast het minimale vissershaventje de belangrijkste bron van inkomen. Aan het havenfront zie ik de eerste Moai.

Wanneer ik de volgende ochtend wakker word merk ik hoe absurd oostelijk de tijdzone van Paaseiland is. Om het dicht bij de bewoonde wereld te houden loopt de tijd maar 2 uur achter op Santiago en dat is nogal weinig. Het wordt pas om half 9 pas licht en ‘s avonds om half 12 pas donker. Maar als snel leer ik dat ze hier helemaal niet aan tijd doen, laat staan tijdzones. Openings- en sluitingstijden bestaan alleen op papier. Families openen hun zaken als ze er klaar voor zijn. Omdat iedereen elkaars ritme hier kent is tijdloosheid geen probleem.

Onverzekerd

Als ik om 9 uur een auto wil huren ben ik de eerste. Mijn auto is niet verzekerd en niet verzekerbaar. Geen maatschappij waagt zich eraan. Veel te ver weg en te duur om een vervangend exemplaar naar toe te sturen. Het hele eiland is onverzekerd. Iedereen is zelf verantwoordelijk voor de schade en dat past prima bij de mentaliteit. Daar tegenover betaalt het eiland geen belastingen. Niet te controleren en niet te innen. Wetshandhaving is nauwelijks mogelijk. Agenten van het vasteland worden niet serieus genomen en de enige agenten van het eiland kent iedereen. Omdat geen agent de paria van het dorp wil worden, komen boetes en straffen nauwelijks voor.

De onnodigheid van een verzekering ervaar ik in de praktijk. Op het eiland is geen verkeer. Er is weinig om naar toe te rijden met slechts 1 dorp. Behalve de Moai en andere archeologische sites. De beelden staan laag aan de kust en zijn tussen de met gras begroeide heuvels lastig te vinden. Bewegwijzering is er nauwelijks. Ik heb een keurige toeristische kaart waar elke site met een Moai symbool staat aangegeven maar die is wat optimistisch. De meeste beelden zijn omgegooid, omgevallen, verdwenen of zeer zwaar beschadigd. Soms rest alleen nog maar het platform (ahu).

De overgebleven Moai

Pas in de jaren ’50 is men begonnen de tientallen tonnen zware beelden te restaureren en gelukkig is dat bij enkele sites perfect gelukt. Wanneer ik na wat onoverzichtelijke haarspeldbochten de vallei bij de oostelijke vulkaan indraai zie ik plots de 15 beroemde Moai van Tongariki. Ze zijn nog statiger dan ik dacht en vrijwel intact. Het is vroeg en het weer is slecht. Ik ben er als enige. Het is een once-in-a-lifetime moment. Achter de Moai golft de Pacific in een rotsachtige baai. Een perfect tijdloos testament.

Maar ook de minder bekende formaties zoals formatie van 7 aan het strand van Anekani met 4 intacte Pukao (dat zijn de rode hoeden) tussen de wuivende palmbomen geeft te denken. Of de bergschacht waar de Moai werden gemaakt. Het kerkhof van nooit afgemaakte beelden, soms nog maar met 1 oor vast aan de rots, doet vermoeden dat de beschaving in zeer korte tijd is opgehouden te functioneren. Wat er precies is gebeurd zullen we nooit weten. Voor de rest is het eiland vrijwel leeg. Alsof de mensheid het vergeten is te gebruiken.

Een nieuw leven

Alivaroa is rond de 50 en woonde zijn vorige leven in Chili met een vrouw en kinderen. Enkele jaren geleden is hij een nieuw leven begonnen. Nu runt hij deze cabañas heeft hij een 25 jaar jongere vriend die ik eerst als zoon aanzag. Het hele personeel blijkt te zijn komen aanwaaien. Zo is er de Argentijnse natuurkunde student die hier ooit op vakantie kwam en nooit meer wegging. Hij doet nu een paar uurtjes wat in de tuin en slijt zijn leven met het lezen van boeken en het eindeloos luisteren naar het geruis van de oceaan.

Ze passen daarmee prima bij de bevolking van het eiland. Koning Hutu Matu’a kwam, volgens de legende, ooit als eerste met zijn familie op het eiland aan. Per kano. Zij zouden de eerste Polynesiers zijn. Maar later spoelden allerlei individuen en groepjes aan door de grillen van de oceaan totdat in de 17e eeuw de eerste Europeanen er terecht kwamen, meestal door schipbreuk en heel veel geluk. Waarschijnlijk zijn er eerder al mensen helemaal vanuit het Aziatische vasteland komen aandrijven.

Hippies en piraten

Nadat de beschaving wegens door roofbouw veroorzaakte hongersnood was gedecimeerd en in 1862 grotendeels door Peruaanse slavenhandelaren was afgevoerd bleef de mensheid aan de deur kloppen. En zo is het eiland nu een toevluchtsoord geworden van individuen voor wie ver weg in de rest van de wereld geen thuis is. Een gemeenschap van aangedreven mensen op zoek naar een plek waar niemand ooit komt en niemand ooit wat van hoort. Een wonderlijke mix van zeer zelfstandige piraten, hippies, outlaws en nazaten door het lot met elkaar verbonden.

Na 4 dagen heb ik elke grasspriet op het eiland gezien. Ik begin gezichten te herkennen. Na een laatste sundowner aan het havenfront meld ik me met mijn ticket bij de gate van de vertrekhal. Een omheinde tuin met in het midden een Moai. Op weg terug naar Santiago hoor ik door de speakers dat Inoa jarig is. Ze wordt vandaag 5. In het vliegtuig klinkt luid geklap. Ik klap luid mee.