De oude weg van La Paz naar Coroico, bekender als ‘Death Road’, is officieus de gevaarlijkste weg ter wereld. De 63 km lange weg die van 4700 meter hoogte in de Andes afdaalt naar 1200 meter in de jungle ten noorden bestaat hoofdzakelijk uit grind en loopt langs loodrechte afgronden tot 400 meter. Op sommige plekken is de weg niet meer dan 3 meter breed. Het is de enige weg in Bolivia waar links wordt gereden zodat afdalende bestuurders uit het raampje kunnen hangen om te zien hoever de linkerwielen van de afgrond zijn verwijderd. Desondanks was de weg tot 2009 goed voor 300 doden per jaar, waaronder een volledige bus met 110 inzittenden in de jaren ’80. Afgelopen dinsdag heb ik de weg per mountainbike afgedaald.

De laatste selfie

Het feit dat ik dit stukje schrijf betekent logischerwijs dat ik het er levend vanaf heb gebracht. Ik kan er ook nog bij vertellen dat ik dat zonder te vallen heb gedaan. Een belangrijk detail want verzekering dekken, gek genoeg, dit soort acties niet. Nu het doorgaand verkeer is afgeleid over een veiligere nieuwe weg is de mountainbike het belangrijkste overgebleven transportmiddel. Vanuit La Paz kun je zelfs tours boeken om met 60 km per uur over de stenen naar beneden te stuiteren. Enkele honderden gekken per jaar gaan graag op het aanbod in. Zelf ben ik met Gravity Bolivia gegaan – de duurste maar ook beste touroperator die werkt met nieuwe fietsen. Een detail dat ik op prijs stel; Weigerende remmen in een steile afdaling met een blinde bocht is niet helemaal mijn ding.

Ondanks de veiligheidsmaatregelen (er zijn zelfs enkele vangrails aangebracht) hebben toch al 28 toeristen het leven gelaten, meestal door stomiteiten. Zoals het Israëlische meisje dat haar vriendje in actie filmde en daardoor een bocht miste. Of het Japanse stel dat drukker was met het maken van selfies dan sturen en letten op gevaarlijke losse stenen. Ik ben benieuwd wat er op die laatste selfie heeft gestaan. Het aantal kruisjes langs de weg kan moeiteloos worden aangevuld met een aantal Darwin awards. Maar soms gaat het ook fout door domme pech, slechte briefings of slecht materiaal. Omdat de laatste twee te vermijden zijn betaal ik graag wat extra en ik blijk niet de enige.

Met dank aan Paraguayaanse krijgsgevangenen

Als vroeg de volgende ochtend de bus van Gravity arriveert staan er meerdere fietsen op het dak. We zijn met zijn achten. De overigen zijn minstens 10 jaar jonger dan ik. Sommigen moeten de nodige formulieren nog invullen. Formulieren die de organisator vrijwaart van bijna alles. Blijkbaar hebben sommigen zich op het laatste moment nog aangemeld. Of we fietservaring hebben, vragen de gidsen. Dat ik Nederlander ben stelt ze gerust, maar dat Nederland zo vlak is als een pannenkoek, doet het enthousiasme weer teniet. Een stelletje heeft voor het laatst 5 jaar geleden op een fiets gezeten. Als ik de introducties hoor beschouw ik me als een van de meest ervarenen.

Vanuit La Paz rijden we de Altiplano op naar een rif op een onwaarschijnlijke hoogte van 4700 meter. Ik ben blij dat ik al maanden door de Andes reis en goed geacclamatiseerd ben. Duizeligheid en gebrek aan concentratie door hoogteziekte zijn vandaag niet bepaald handige hulpmiddelen. We staan op een winderige vlakgte omgeven door besneeuwde Andestoppen en granieten muren. Hier begint de beruchte weg die door Paraguayaanse krijgsgevangenen is aangelegd gedurende de vele oorlogen die in de 19e eeuw dit continent hebben geteisterd. Opstandige gevangenen kregen van het Boliviaanse leger de keuze tussen de kogel of naar beneden springen. Dat de meesten de kogel kozen voorspelt weinig goeds over het parcours.

Cocaïne controles

Voordat we starten krijgen we een uitgebreide safety briefing. De weg blijkt onverwacht niet helemaal vrij van autoverkeer, wat de zaak aanzienlijk complexer maakt. Bochten optimaal aansnijden is er niet bij. Gelukkig rijden we in een formatie waarin de ene gids altijd voorop en de ander altijd achteraan rijdt. Op deze manier wordt het minipeloton beschermd tegen al te overmoedige inhaal acties. We worden gevraagd om een eerbetoon te brengen aan Pachamama, de moeder aarde in het Quencha. Dat schijnt te helpen tegen slip- en valpartijen. Ook de afgronden worden dan wat minder diep. Het eerbetoon gaat vergezeld met het sprenkelen en vervolgens opdrinken van pure alcohol. Het laatste deel van de ceremonie besluit ik te faken.

Het eerste deel van de afdaling blijkt, behalve de kou, prima te doen. Dit deel van de death road is opgenomen in het nieuwe parcours naar Coroica en kent gematigde afdalingen van naar schatting 6 – 10% met veel maar overzichtelijke bochten. Na een paar briefing stops om te kijken of iedereen goed op zijn fiets zit gaat het naar schatting met 60 km/ uur naar beneden. Ik begin er in te komen en heb mijn remmen steeds minder nodig. De vierkante afdalers worden ingehaald en er ontstaan 2 pelotonnetjes. De grootste hindernis in het eerste deel is de cocaïne controle post. We naderen het op een na grootste groeigebied van cocaplanten in Zuid Amerika en niet iedereen gebruikt blijkbaar de cocabladeren voor de klassieke coca matte. Onder zware internationale druk heeft Bolivia de controleposten ingericht maar ik heb niet de indruk dat de controles erg nauwgezet worden uitgevoerd. We zwaaien wat en rijden met een kalme 20 km/u door de post heen zonder protest.

Fietsen aan de kant van het ravijn

Vrij snel daarna beginnen de eerste problemen. We komen bij een tunneltje waar fietsers niet door mogen. We moeten er omheen over een grindpad met grote keien die opspatten tegen de scheenbenen. En na nog 8 km op en af staan we stil bij een splitsing met een parkeerplaats. De gids wijst naar een kleine bossage. Daar begint het originele deel van de Death Road. Aanvankelijk kan ik niet eens een pad ontwaren maar tussen de begroeiing zie ik een grindspoor. Dat hier nog auto’s overheen rijden lijkt me onmogelijk.

We moeten vanaf nu links fietsen, dus aan de kant van het ravijn. Aan de linkerkant zie ik een muur van mist. We rijden in de wolken. Aan de ene kant geruststellend omdat ik niet kan zien hoe diep de afgrond is, aan de andere kant juist extra verraderlijk omdat het zicht op sommige plekken nog geen 50 meter is. Gecontroleerd afdalen dus met de handen aan de remmen, zonder ze in paniek vol in te drukken. Achter me in de mist hoor ik geluiden van slipende bewegingen en opspattend grind, maar als we even later stoppen blijkt iedereen er nog gewoon bij te zijn.

De gevaarlijkste bocht van Death Road

We worden opgehouden door 2 voertuigen die voor ons elkaar proberen te passeren. Ik zie een chauffeur uit het raam hangen om zijn wielen te passen en meten langs het ravijn. De andere moet achteruit rijden naar een stuk waar het wat minder smal is. Er is nul marge maar aan de behendigheid blijkt dat ze het vaker hebben gedaan. Het volgende stuk gaat zo steil naar beneden dat ik pijn in mijn handen krijg van het remmen. Ik heb mijn volle aandacht nodig om grote losliggende stenen te vermijden. Een aanrijding met een grote steen maak de fiets stuurloos waardoor er van alles kan gebeuren.

Door de steile afdaling zijn we snel door het wolkendek heen, maar aan de onderkant blijkt er regen uit te vallen; niet veel maar genoeg om de stenen spekglad te maken. We moeten stoppen bij een gigantische doordraaiende bocht. Het pad is hier minder dan 3 meter smal. Watervallen maken van de bocht een glijbaan. Dit is de gevaarlijkste bocht waar ooit een volledige bus in het ravijn verdween. Het is ook de plek waar de mannen van Top gear bijna overboord gingen doordat ze met 1 wiel in het ravijn hingen. Ik kijk naar een muur van geschakeerd groen. Smalle maar torenhoge watervalletjes kletteren op de weg. Om het water cirkelen grote zwarte vogels. De hele weg is al bezaaid met kruizen en minikapelletjes maar in deze bocht zijn blijkbaar zoveel offers gebracht dat de Boliviaanse regering besloot een heus monument te plaatsen.

Overstekende honden

Hierna hebben we het gevaarlijkste deel gehad, maar juist in het laatste traject zijn de meeste toeristen omgekomen. Vermoedelijk door overmatig zelfvertrouwen wetende dat de laatste 27 km iets minder ingewikkeld zijn. Maar minder ingewikkeld is verre van gemakkelijk. Ook de 2 echte valpartijen in onze groep worden hier gemaakt. Een meisje meldt zich bij de gids met haar hele linkerkant in grindkleuren. Een jongen is een kwartier achterop geraakt omdat hij onderuit is gegaan op een kei, gelukkig op een rechtdoorgaand stuk.

Hierbij blijft het. Zelf ga ik op het allerlaatste moment nog twee keer bijna onderuit. Als we al tussen de eerste huizen van Coroica zijn vliegt mijn achterwiel over een grote steen. Gebrek aan concentratie. Gelukkig trekt het achterwiel zich na een paar slingers door de snelheid weer recht. En in de laatste kilometers moet ik ook nog overstekende honden vermijden. Na nog een gammele brug staat een bus. Hij is van Gravity. Er naast staat een man met bedrukte T-shirts en bier. We zijn bij de finish. Het is tropisch warm met 32 graden. Downhill rijden is een striptease. Waar ik begon met fleece kleding en dubbele lagen kom ik aan in een t-shirt.

Apen kijken

Nu iedereen veilig beneden gaan we naar een animal refuge en besluit een van de gidsen eens te vertellen wat er allemaal mis is gegaan de afgelopen jaren. Dat ze een 100 meter touw bij zich hebben. Waar de wrakken in het ravijn liggen. Dat de Boliviaanse regering het zelfs te gek vond worden maar pas besloot een nieuwe weg aan te leggen nadat hun cheap-ass methode: in de ochtend alleen naar La Paz, in de middag terug, niet bleek te werken. Enzovoort. Ik besluit wat rond te lopen tussen de opgevangen dieren. Ik stuit op een enorme bruine aap. Ik vraag me af of hij ook zo gek zou zijn als leden van het menselijk ras om hier naar beneden te fietsen en denk dat ik het antwoord al weet.