Reizen doe je in Ecuador en de rest van Zuid Amerika met de bus. In tegenstelling tot Europa is dit het meest wijdverbreide, efficiente en vooral betaalbare vervoersmiddel. Door het gebrek aan concurrentie zijn vliegtickets nogal duur en het landschap leent zich nauwelijks voor spoorwegen. Maar er waren altijd overheden met megalomane spoorplannen en er zullen altijd overheden met megalomane spoorplannen zijn. (Hoi HSL, dag Noord Zuidlijn). In Siberie had ik al wat voorbeelden gezien maar ook in Zuid Amerika is het raak.

Rafaël Correa

Wanneer ik langs de Panamericana wacht op mijn bus naar Cuenca staan er 2 oudere mannen te praten. Ik ben in Alausi en toeristen komen hier weinig. Als ze al komen doen ze dat in georganiseerd verband in veilige exclusieve touringcars. Ik ben dus een uitzondering en dat blijkt direct uit hun interesse. Waar ik vandaan kom. Wat voor taal ze daar spreken. Wat voor geld ze hebben. De familie. De gebruikelijk onderwerpen komen voorbij. En in Ecuador is dat ook altijd president Correa.

Rafaël Correa is sinds 2007 aan de macht en heeft de banden met het Westen en vooral de VS stevig doorgenseden. Bolivia, Cuba, Venezuela zijn de nieuwe vrienden. En China is de nieuwe grote broer. Alleen de dollar als betaalmiddel herinnert nog aan vroegere tijden. De man noemt zich dan ook trots socialist. Maar de mannetjes langs de weg hebben daar zo een eigen mening over. Het socialisme bestaat volgens hen voornamelijk uit het verdienen van veel petrodollars (eigenlijk petro-yuans) en het aanleggen van veel infrastructuur. Het moet gezegd: de wegen liggen er prachtig bij. Beter dan de huizen van de voormalige stemmers op de president, als ze al niet weggebuldozerd zijn. En dan zijn er de spoorwegen. Opvallend vaak wordt het landschap doorsneden door gerenoveerde spoorwegen met frisse stenen beddingen.

Zwaar verliesgevend

Want de oude tijden dat alle grote steden met een spoorwegnetwerk waren verbonden moeten herleven. Dat dit in een land waar geen meter vlak is een nogal zinloze exercitie is en de vrachtwagen en de bus intussen zijn uitgevonden, maakt niet uit. Bij megalomane spoorwegplannen maken dat soort zaken sowieso zelden iets uit. En daarom kon ik eerder op de dag zowaar een stukje van mijn route per trein afleggen. Een minuscuul stukje van Alausi naar Simbawe. Maar omdat in Simbawe verder geen enkele aansluiting bestaat is er maar een vervolg: dezelfde route terug.

Niet voor niets wordt de route voornamelijk door toeristen gebruikt en is zwaar verliesgevend. Zeker als je bedenkt over welk terrein de route loopt. Direct vanaf Alausi duikt de trein naar beneden. Door de hellingshoeken kan alleen het allerlichtste materieel worden ingezet. Waarschijnlijk was het bestellen van wat extra vrachtwagens en pick up trucks honderdenmalen goedkoper om Simbawe op de bewoonde wereld aan te sluiten. Maar het wordt nog erger. Vlak voor Simbawe kijk ik in een enorm ravijn. Beneden ligt het station. Hoe de trein daar ooit moet komen is een raadsel.

Mooie plaatjes

Maar ook daar is een geldverslindende oplossing voor bedacht. De trein rijdt gewoon zigzaggend vooruit en dan weer achteruit het ravijn af. 3x richting veranderen om 500 meter af te dalen. Dat de commerciele snelheid van het traject daarmee tot ongeveer 0 km/u zakt (het zigzaggen neemt een half uur in beslag; even lang als het hele overige stuk) maakt, u raadt het al, niet uit. Mooie plaatjes levert het wel op.

Met de twee oudere mannen stap ik in de fors vertraagde bus naar Cuenca. Hij zit overvol en zou in Europa wegens veiligheidsrisico’s allang van de weg zijn gehaald. In de bus draait zoals gebruikelijk een B-vechtfilm met alles overstemmend geluid door rafelige speakers. Niemand kijkt. Alle bussen zijn hier van particuliere maatschappijen. De overheid vindt het nu eenmaal geen zaak om zich met zoiets banaals als openbaar vervoer over de weg bezig te houden. De mannetjes hebben gelijk. Het is volkomen duidelijk waar de prioriteiten liggen.