20 jaar geleden werd Nederland in korte tijd 2 keer opgeschrikt door een vliegramp met tientallen doden en een veelvoud aan gewonden: De Bijlmerramp op 4 oktober 1992 waar een El Al vliegtuig crasht op 2 flats en de Faro-ramp op 21 december van dat jaar, waar een Martinair vliegtuig te pletter stort op een landingsbaan. Waar de eerste onderdeel is geworden van ons collectieve geheugen is de tweede bijna totaal vergeten. Hoe komt dat?

Bij het drama

Mijn persoonlijke herinnering aan de Bijlmerramp begint op de rampzalige zondagavond zelf. Al vanuit de trein uit Utrecht vielen me de ongewone files richting de Bijlmer op (de Amsterdam ArenA bestond toen nog niet). Aangekomen in mijn studentenkot in Bos en Lommer werd ik meteen aangesproken door mijn Antilliaanse medestudent of ik een radio had. Er zou een vliegtuig op de Bijlmer zijn gestort. Dat had hij niet uit Nederland maar uit Curacao. Diverse mensen uit Willemstad hadden hem gebeld in de overtuiging dat hij was omgekomen. Een TV hadden we niet. Pas later zagen we de iconische beelden van de brandende flats waar een enorme hap uit was.  Hijzelf kende geen slachtoffers, maar in zijn netwerk, dat ik regelmatig tegenkwam had bijna iedereen wel een connectie met iemand die was omgekomen of de ramp van dichtbij hadden meegemaakt.

De persoonlijke kant van mijn herinnering aan de Faro-ramp begint pas jaren later als ik een overlevende in mijn kennissenkring krijg. Hij vertelde mij hoe hij uit het brandende vliegtuig kroop over stervende mensen. Hij vertelde dat hij jaren later nog dagelijks deze beelden voorbij zag komen en dat hij voor altijd geketend zou blijven aan de gevoelens die hij erbij had. Zo maakten beide rampen diepe indruk op me.

In de achtertuin

Hoe anders is dit in ons collectieve geheugen. Waarom is de ene ramp jaarlijks een nationaal thema en is de andere totaal vergeten? Waarom wordt de ene groep slachtoffers nog jaarlijks herdacht en wordt de andere groep vanaf het begin aan zijn lot overgelaten?

De rationele verklaringen liggen voor de hand. Ten eerste gebeurde de Bijlmerramp op Nederlands grondgebied. Een ongeluk in de achtertuin maakt een diepere indruk dan eentje ver weg. De Bijlmerramp was ‘ons’ historisch unieke ongeluk en dat geeft nu eenmaal een andere duiding, een ander momentum dan een vrij anoniem ongeluk op een Portugese luchthaven, ook al zijn de slachtoffers Nederlands. De beeldvorming werkte natuurlijk mee: De krater in de Bijlmerflats was veel aangrijpender, veel mediagenieker dan een opengereten vliegtuig op een landingsbaan, waarbij alleen het onderschrift de lokatie prijsgeeft. Nimby-ism bestaat kennelijk ook bij rampverwerking.

Na de ramp

Bovendien vielen de slachtoffers bij de Bijlmerramp voornamelijk op de grond, in tegenstelling tot de Faro-ramp, waarbij de inzittenden het slachtoffer waren. Op een of andere manier lijkt het toch een diepere indruk te maken, wanneer een (veronderstelde) gemeenschap wordt weggevaagd, dan wanneer een losse groep mensen overlijdt, wiens enige verwantschap een zelfde vliegticket is.

Tel daar de nasleep van de Bijlmerramp bij op. Waar de smoking gun van de Faro-ramp al snel een plotselinge down-burst bleek, bleef de exacte toedracht van de Bijlmerramp in nevelen gehuld. Geheimzinnige klachten van nabestaanden, ontbrekende vrachtbrieven van El-Al en onbekende mannen in witte pakken deden de rest. Tot 22 april 1999 toen een heuse enquetecommisie haar rapport uitbracht beheerste de fatale vlucht het nieuws.

Terug in de tijd

Tot zover het gemakkelijke deel van het verhaal. Bovenstaande motieven verklaren waarom de Bijlmerramp ons is bij gebleven, maar nog niet waarom de nazorg van de Bijlmer-overlevenden, zij het na aanvankelijk hardnekkig onbegrip, institutioneel werd aangepakt en de slachtoffers van de Faro-ramp aan hun lot zijn overgelaten.

Om dat te verklaren wil ik de rampen plaatsen in de tijdgeest. Het was begin jaren ’90. Van internet had nauwelijks nog iemand gehoord, laat staan van social media; De Fortuyn revolte was nog ver weg en de commerciele omroep was nog maar 4 jaar geleden door de overheid toegestaan. De publieke opinie werd nog bepaald door een klein en overzichtelijk netwerk. Progressief angehaucht zijn was de norm en een voorwaarde om überhaupt serieus genomen te worden.

Massa toerisme kon, zacht uitgedrukt, niet tot de sympathie van deze opiniemakers rekenen. Het werd gezien als low-culture vermaak voor “Al you need is love”-kijkers, die het milieu vervuilden en de lokale cultuur vernietigden. De geur van “vreselijk voor de Faro slachtoffers, maar niemand hoeft het vliegtuig te nemen” stijgt duidelijk uit de archieven op. Hoe anders was dat bij de Bijlmerbewoners, vaak immigranten of illegalen uit Zuid-Amerika of Afrika? Zij waren al slachtoffer voordat het vliegtuig de flats had getroffen.

Onverwachte gevolgen

Maar er gebeurde iets opmerkelijks in de Bijlmer, wat in mijn beleving het politieke discours beslissend heeft beinvloed. In de hectiek in de dagen na de ramp maakt toenmalig burgermeester Van Thijn een goed bedoelde maar onhandige opmerking om illegalen aan te moedigen zich te melden als ze slachtoffer zijn van de ramp. Legalisatie wordt in vooruitzicht gesteld en later geformaliseerd in de zogenoemde Kosto-lijst.

De beelden van 17 oktober 1992, waarin honderden illegalen zich melden, die onmogelijk allemaal slachtoffer kunnen zijn, bereiken miljoenen huiskamers in Nederland en de rest van de wereld. Illegalen krijgen ineens een gezicht. Helaas voor de opinio communis is dit niet het beeld van de dankbare illegaal van de opiniestukken uit de Volkskrant of de folders van goededoelen-organisaties, maar die van de calculerende illegaal. Het idee dat de Nederlandse laissez-faire gastvrijheid zijn schaduwkanten heeft en het land last heeft van een ignorant bliss in internationale vraagstukken van immigratie en illegaliteit wordt voor het eerst publiek. Het is een zacht startschot van een nieuw tijdperk. Zodoende heeft de Bijlmerramp ook een blijvende maatschappelijke impact, die  deels verklaart waarom deze veel dieper in het collectieve geheugen verankerd is dan de Faro-ramp.

En nu? 

Als beide rampen 20 jaar later hadden plaatsgevonden – zeg maar gisteren en over 2 maanden – hoe zouden we dan zijn omgegaan met de diverse slachtoffers? Ik vind het een interessante vraag, die ons zou kunnen helpen om in de toekomst beter om te gaan met de slachtoffers en ons minder te laten leiden door de maatschappelijke waan van de dag. Het zou wel eens kunnen zijn dat in de huidige waan de Faro-slachtoffers aan het langste eind trekken. Ik weet het niet zeker. Wat me wel bij is gebleven uit de gesprekken met zowel de Antilliaanse vrienden van vroeger en de jongen van de Faro-ramp, is hoe de belevenissen op ze hebben ingehakt en hoe vormend ze zijn voor hun persoonlijkheid in de rest van hun leven. In de buitenwereld lijken ze vooral speelbal van toevalligheden en maatschappelijke dynamiek. Slachtoffer zijn blijkt onbedoeld een nogal publieke functie.

M. zat in het eerste KLM vliegtuig dat op Los Rodeos landde na de Tenerife crash. De overlevering zegt dat M (4) toen in een gespannen en doodstil vliegtuig blij riep “Viva Tenerife”, waarna iedereen begon te lachen. M. heeft toen een pen van een stewardess gekregen.

Faro vliegramp