Trendrede 2014

Ik denk dat je niet verbaasd was dat de stukken van prinsjesdag zijn uitgelekt. Het gebeurt elk jaar. Ik denk ook niet dat je verbaasd bent over de inhoud. Net zo min als de jaren ervoor. En heb je werkelijk iets nieuws gehoord op prinsjesdag zelf? Ik bedoel niet nieuwe feiten, maar nieuwe ideeen? Iets wat lijkt op innovatie, durf of ondernemerschap? Ik niet. Ik hoor er eigenlijk nooit iets echt nieuws. Al jaren niet meer. En ik verwacht, net als jij, morgen bij de troonrede weinig anders.

Vorige week was er de trendrede. Een rede voorgelezen door vooraanstaande trendwatchers. Zij verkennen het landschap aan de horizon. In een sneltreinvaart trekken de vergezichten op allerlei maatschappelijke vlakken voorbij. Er is ruimte voor een levendige discussie. Het gaat over een stuwmeer van innovatie waarvan de dam op doorbreken staat. Over de verrassende dwarsverbindingen die dankzij internet zijn ontstaan en vernieuwing verder voortstuwen. De grote afwezigen zijn de beleidsmakers. Er zat welgeteld een politicus in de zaal. Een wethouder uit Deurne die over varkens begon. Van onze grote maatschappelijke instituten geen teken. Zijn ze te druk net ‘de crisis’ en vooral: zijn ze te druk om te zorgen dat die crisis niet hun achterban raakt, maar die van een ander in plaats van oplossingen bedenken? Hun afwezigheid is veelzeggend.

Crisis

De crisis. Laten we het daar eens over hebben. Die voortslepende crisis, waaraan we intussen zo gehecht zijn, begint wel erg kameleontisch te worden. Een crisis, die 5 jaar duurt en waardoor we elk jaar te horen krijgen dat volgend jaar toch echt een voorzichtig begin van de aanvang van een eerste teken van verminderde stagnatie wordt verwacht. Het is tijd om je af te vragen of dat nog wel een crisis is of een new normal. Als je bedenkt dat de naoorlogse economische groei deels te verklaren is uit bevolkingsgroei, die nu is weggevallen, en de 18e eeuwse groei met nu vergelijkbaar is, kun je je afvragen of de huidige situatie zo dramatisch is. De jaarlijkse groei in de Gouden Eeuw was 1,5 tot 2%. Vanuit dat perspectief zouden beleidsmakers toch moeten inzien dat de groei van afgelopen decennia een absoluut unicum was, een historisch artefact. Zo veel is er niet aan de hand, economisch dan.

Henryfordisering

Niet de economie maar oud denken is de reden van onze crisis. Denken in 20e eeuwse grootschalige collectivistische oplossingen voor 21 eeuwse uitdagingen in een netwerkmaatschappij, die tot het bot is geindividualiseerd. Denken dat het leven een bedrijfsproces is dat valt te managen. Denken dat vernieuwing een bedreiging is voor de status quo. Denken dat toeval een risico is dat met wetgeving bestreden kan worden. Denken dat vrijheid en initiatief er is om gereguleerd te worden in exacte kaders. Denken dat verantwoordelijkheid een werkpakket is dat gejuridiseerd en geoutsourced kan worden aan verzekeringsmaatschappijen en inspectieorganen. Denken dat alles op te lossen met schaalvergrotingen, collectivisering, procesoptimalisatie, top-down beleid, kwantiteit, efficiency en institutionalisering van persoonlijke en gemeenschapswaarden als zorg, veiligheid, onderwijs of werk. De totale henryfordisering van de dagelijkse gang van zaken tot gebeurtenissen die een wissel trekken op de rest van het leven.

Maatschappelijke organen zijn net als mensen; Als ze niet kunnen veranderen en problemen niet kunnen zien of oplossen sluiten ze zich ervoor af en concentreren zich op zaken waar ze wel grip hebben. En daarom praat de overheid over nullijnen voor traditionele werknemers en niet over het lot van zzp-ers. Daarom hebben de vakbonden het over rechten van ouderen, die jongeren nooit zullen hebben. Daarom probeert men een terminale bouwsector overeind te houden, terwijl men beter zou kunnen inzetten op innovatieve ondernemingen. Daarom koopt het bedrijfsleven start ups op, omdat ze door procesdenken zelf niets nieuws meer kunnen verzinnen. Daarom komt de duurzaamheidsagenda niet verder dan achterhaalde projecten die vooral gevestigde belangen dienen in plaats van de generaties na ons. Daarom hebben we een EU die 40% van het budget uitgeeft aan landbouw en 1% aan innovatie. En daarom hebben we een overheid die rare regeltjes verzint rond cookies en cloudcomputing, omdat ze nog steeds denkt dat het internet bij Winterswijk ophoudt. Oud denken dus.

Wat we nodig hebben

Wat we nodig hebben om te innoveren is maatwerk in plaats van collectivisme. Ondernemen in plaats van managen. Kwaliteit in plaats van kwantiteit. Creativiteit in plaats van procedures. Kleine dynamische teams in plaats van in logge organisaties. Zelforganisatie in plaats van door de overheid bedachte subsidieprojecten. Beoordelen op prestaties in plaats van status. Deelbare kennis in plaats van kennismonopolies. Initiatieven van ‘onderop’ omarmen in plaats van ze met regels te bestrijden. Handelen naar de geest van de wet in plaats van de letter van de wet. En vooral: Een mentaliteit waar we trots zijn op talentvolle en succesvolle mensen in plaats van op middelmatigheid en niet-uit-de-boot-vallen.

Als er maar een bijzin van de trendrede in de troonrede verschijnt, zou het een enorme positieve verrassing zijn. Pure winst. Ik zie om me heen genoeg prachtige initiatieven van mensen die deze eeuw begrijpen en vormgeven met een motivatie die je voor onmogelijk houdt. Die mensen laten zich echt niet tegenhouden. Dat stuwmeer van innovatie breekt beslist door. Het is tijd voor meer aandacht voor de lekken in die dam. Dat eeuwige lek voor prinsjesdag ken ik nu wel.