Vanuit Ecuador naar Peru kun je op 3 plaatsen de grens over. Via de kust over de Panamericana bij Thumbes. Dit is de gemakkelijkste en meest gebruikelijke route omdat deze weg Quito en Guayaquil verbindt met Lima. Ben je in de Andes dan is er de bergpas bij Macara die Loja verbindt met Piura in Peruaanse zijde. De laatste en meest ingewikkelde optie is via Zumba aan de rand van de jungle. Omdat ik in de Siërra’s ben, kies ik voor de 2e optie, die door reisgidsjes steevast als ‘straightforward’ wordt omschreven. Ofwel de reisgidsjes testen dit soort zaken met 1 persoon. In dat geval zijn de ervaringen dus random. Of ze hebben een andere definitie van ‘straightforward’. Mijn grensoverschrijding was alles behalve dat.

Van Loja naar Piura

Vanuit Loja gaat een nachtbus van Cooperativa Loja die na de formaliteiten aan de grens doorrijdt in Peru. Geen overstappen dus bij de grens. Ook geen wandeltocht tussen de 2 grensposten over niemandsland waar je in de nacht bent overgeleverd aan de wetteloosheid van com artists, frauduleuze taxichauffeurs of hardcore criminelen. Gewoon bij Ecuador een exit stamp halen en 1 km verderop instempelen voor Peru. Theoretisch dan. Vanuit het rustieke Vilcabamba reis ik in een uurtje per bus naar Loja met een aantal mensen die ik in het hostel had ontmoet en die dezelfde route gaan afleggen. Achteraf gezien een beslissende redding, maar op dat moment nog een bijkomstigheid, een detail.

Ook op het busstation van Loja gaat alles volgens plan en als we om 11 uur ‘s avonds instappen maak ik me klaar voor een slaap over hobbelige wegen met waarschijnlijk veel korte afleidingen. NIettemin slaap ik nog redelijk door. Lang leve woolbuff die dienstdoet als eye-mask en mijn ambient noise app op mij telefoon die alle andere herrie kan overstemmen. Want als ik voor mij gevoel een half uur aan het doezelen ben gaat het TL licht aan. Het is 3 uur en we zijn bij de grens en moeten een exit stamp halen aan de kant van Ecuador. Die bestaat uit een paar houten hokjes met een overdosis electriciteitsdraad en draadloze communicatieapparatuur op de daken. De rij voor het linkerhokje slinkt snel; Ik heb binnen een kwartier mijn stempel maar er zijn een flink aantal reizigers die hun toeristenkaart zijn kwijtgeraakt die ze hebben gekregen toen ze het land ingingen. Zij moeten een formulier invullen onder de ene lantaarnpaal die het gebied rijk is. Dat duurt de buschauffeur te lang en rijdt zonder deze ongelukkige toeristen weg in de nacht richting Peru. Ze zullen de 1500 meter niemandsland lopend moeten afleggen.

De grensovergang bij Macara

Ook aan Peruaanse kant staan een paar hokjes. Deze zijn in een nog meer deplorabele staat. Slechts in 1 hokje brandt licht. We moeten uitstappen. Een aantal douaniers begint de bus, de goederen en de papieren te controleren. Een voor een komen de reizigers die waren achtergelaten het Peruaanse grensgebied binnenlopen. Ze zijn blij dat hun bagage onder in de bus er nog in zit. Voor de passagiers wordt echter niets geregeld. Alles lijkt de draaien om de bus. Intussen staan we een half uur voor het hokje en nog geen bericht waar we ons entry visum moeten halen. Op eens komt een stel uit Vilcabamba zwaaien met formulieren aan lopen. Ze zijn te halen bij het laatste hokje, al kan ik me dat niet voorstellen omdat het daar pikdonker is. Als ik goed kijk zie ik een loket met daarachter in totale duisternis een vrouw. Ik krijg een formulier. Dit had op zijn minst argwaan moeten opwekken maar ik was al lang blij en dacht op dat moment dat we binnen een kwartier weer in de bus zouden zitten.

Maar als we met onze ingevulde formulieren teruggaan blijkt er een probleem. Ze kan ons niet instempelen want er is geen electriciteit en dus geen computer. Maar, zo verzekert ze ons, de elektricien is onderweg. Het kan niet lang duren. Intussen weet ik dat deze woorden in Zuid Amerika alles kunnen betekenen maar in mijn door slaap aangetaste beoordelingsvermogen blijf ik optimistisch. En ach wat vertraging kan ik wel hebben. Mijn vliegtuig in Piura naar Lima gaat pas aan het einde van de volgende middag. Tijd genoeg dus.

Stroomstoring

Het is intussen half 5 ‘s nachts als we te horen krijgen dat er een grote stroomstoring aan de gang is en dat we moeten wachten. Er zit niets anders dan terug de bus in te gaan en verder te slapen totdat de ochtendrituelen aan de grens ons weer wekken. In het licht zie ik dat we in een klein dorpje zijn met een stuk of 20 krotten. Dit moet Macara zijn zoals het op de kaart staat aangegeven. Waarschijnlijk bestaat het dorpje alleen vanwege de grensactiviteiten of het gebrek er aan. Wachtende reizigers zijn immers een bron van inkomsten. Helaas is er echter niets te kopen. Bovendien hebben we dollars en geen soles. Een pinautomaat is er vanzelfsprekend niet.

Er gebeurt niets. Peruanen en Ecuadorianen met een permit komen in en uitrijden met hun auto’s. Voor hen is er geen probleem. Zij hebben geen stempel nodig. Vriendjes van douaniers worden sowieso niet gecontroleerd. Intussen is de vrouw in het hokje vervangen door een man. We vragen of hij zijn baas belt. Dat zal hij doen. We vragen ook waarom in het eerste hokje wel stroom brandt. Dat komt door een aggregaat. Als we vragen hoe moeilijk het kan zijn om de stroom door te lussen naar het stempelhokje volgt er een beleefde glimlach en verder niets. Dezelfde reactie krijgen we als we vragen of ze niet tijdelijk een papieren procedure kunnen bedenken om onze gegevens later alsnog in de computer te zetten. Of onze paspoorten te fotograferen. Of onze gegevens doorbellen. Of ons een tijdelijke permit in de vorm van een brief te geven om bij immigratie op de luchthaven Piura een stempel te halen. In het hokje met stroom staat ook een computer maar die schijnt niet gebruikt te kunnen worden.

Blokkade van de bus

Intussen is iedereen na 7 uur zitten op een betonnen rand naast de grensovergang zo wanhopig dat elke vorm van activiteit bij het hokje wordt begroet met luide opluchting, opspringende mensen die hun tassen pakken om vervolgens teleurgesteld te vernemen dat er nog niets werkt. Plotseling komt de busschauffeur met een oplossing. We rijden gewoon zonder stempel verder naar Peru. Maar dat is illegaal en gaat ons op zijn minst een grote boete opleveren. De man houdt vol want zij bus komt zo veel te laat voor de terugweg. Als we niet mee willen moeten onze tassen nu uit de bus. Bij de Ecuadoriaanse uitgrens was al duidelijk dat de man niet zoveel om zijn klanten geeft. Hij probeert van zijn probleem ons probleem te maken. Een aantal passagiers blokkeert de bus door er voor te gaan staan zodat hij niet kan vertrekken. Ondertussen haal ik de douane erbij die beaamt dat de actie niet alleen illegaal is voor ons maar ook voor Cooperative Loja. Door de elektriciteitsstoring beschikt de bus niet over de juiste papieren. De chauffeur begint wat rond te bellen, laat zich in een stoel zakken en geeft het op.

Maar dan komt er voor de helft van de bus alsnog een oplossing. Het is helaas de helft waar ik niet bij hoor. 2 afgeragde collectivo’s komen vanuit Peru aanrijden om de Peruaanse buspassagiers op te halen. Zij kunnen zonder stempel hun reis vervolgen. Door het wachten maken we wat contacten. We zien 2 jongens zitten. Zij zitten hier al sinds de vorige bus te wachten. Dat is nu 20 uur geleden. Waar ik me eerst nog zorgen maakte of ik het vliegtuig zou halen, begin ik me zorgen te maken of we hier uberhaupt vandaag nog weg komen.

Stormloop van 40 man

2 mannen met blocnotes, uniformen en naamkaartjes komen het grensgebied binnen en beginnen geinteresseerd aantekeningen en foto’s te maken. Van ons. We zijn ineens een attractie. Het zijn mannen van de Ecuadoriaanse transportautoriteit. Ze hebben er duidelijk zin in. Het is maandag en volgens mij zijn ze blij dat ze de week met een sterk verhaal kunnen beginnen. Vragen worden ons niet gesteld. We zijn vooral leidend voorwerp. Ze hebben geluk want op dat moment komt juist de volgende bus van Cooperativa de grens over rijden. Het begint druk met gestrande bussen te worden. Toeristen stappen uit met een gezicht waaruit duidelijk op te maken is dat ze nog onwetend zijn van de situatie.

Het moet de honger, de hoge temperaturen van de middag of de toegenomen massa van de groep zijn maar uiteindelijk komen we, na uren individuele discussies met de autoriteiten, op het idee ons te verenigen. Met intussen 40 man gaan we op het bewuste hokje af en besluiten net zolang op de beambte in te praten tot hij echt iets gaat ondernemen. Deze stormloop maakt indruk. Helaas zit net zijn dienst erop en laat hij zich vervangen door een verse kracht die met verse tegenwerking ons de volgende 8 uur te woord gaat staan.

Bellen met de ambassade in Ecuador

Maar we geven niet op. We vragen waarom ze niet meer actie ondernemen. Desnoods de baas van de baas bellen. Maar dat kan niet omdat ook de telefoon het niet doet. Dit kan niet waar zijn; Eerder had de man zijn baas gebeld. Nu blijkt dat er helemaal niemand is gebeld de afgelopen 10 uur. Bovendien heeft hij een mobieltje in zijn linkerborstzak. We sommeren zijn opvolgster te bellen wie maar ook kan helpen. Als ze zegt dat het niet kan vragen we haar prompt de naam te bellen van degene die haar heeft gezegd dat het niet kan.

Ondertussen zijn we ook zelf gaan bellen. Een meisje uit de UK heeft de hoofdprijs. Zij krijgt via Londen toegang tot de Peruaanse ambassade in Ecuador en geeft prompt haar telefoon aan de douanebeambte. We blijven erbij staan zodat ze gedwongen wordt het gesprek aan te gaan. Ze heeft duidelijk nog nooit iemand zo hoog in de boom gesproken. Na 10 minuten chaos en misverstanden in de groep en tussen douaniers komt eindelijk de verlossing.

Naar Piura

Onze paspoorten worden gefotografeerd bij de politie (het hokje ernaast, waarmee nog niemand contact had opgenomen – wij wisten niet eens dat er politie zat). Vervolgens keuren zijn onze formulieren goed. Daarmee mogen we terug naar het douane hokje en krijgen een stempel en een toeristenkaart. Daar worden onze paspoorten nogmaals gefotografeerd (?) en mogen we door. Omdat er geen stroom is en de mobiele telefoons om te fotograferen allemaal bijna leeg zijn duurt de hele procedure nog ruim een uur maar er is vooruitgang! Om iets na 3 uur ‘s middags rijden we dan eindelijk weg. Met een stempel. We hebben dan ruim 12 uur gewacht zonder eten of drinken. Met heel veel geluk haal ik nog net mijn vliegtuig.

Als we Piura naderen kijk ik op de kaart en zie dat we de stad via de luchthaven naderen. Ik vraag om een extra stop in het begin van de stad, zodra ik een pinautomaat van Banco Scottia heb gezien. Ik ren er naar toe en trek 100 soles. Met mijn flappen nog in de hand hou ik iets aan dat op een taxi lijkt. Hoe taxi’s in Peru eruit zien weet ik nog niet maar het loopt goed af. Als hij me bij de luchthaven dropt ben ik blij dat ik alleen handbagage heb en me al heb ingecheckt. Via een minimale securitycheck kom ik in de vertrekhal en kan meteen de tarmac oplopen naar het vliegtuig. Ik ben de laatste die de trap op rent. Achter me sluit de deur. Piura wordt de stad in mijn leven waarvan ik het minste heb gezien. Maar ik heb het gehaald.