De streaming muziekdienst Spotify kwam afgelopen tijd twee keer opvallend in het nieuws. Laatst door de belabberde inkomsten die artiesten en platenlabels via spotify ontvangen en gisteren vanwege het beschikbaar stellen van een API aan ontwikkelaars. Dat laatste kan wel eens het begin zijn van een bijdrage aan de oplossing van het eerste. 

Royalty in context

Een platenlabel en een artiest hadden in de overzichtelijke tijd van vóór het internet feitelijk vier bronnen van inkomsten. Royalty op geluidsdragers, royalty op airplay, life-optredens en merchandising. De eerste bron is vrijwel opgedroogd; de tweede bron staat ernstig onder druk. Alleen lifeoptredens en merchandising lijken nog veilig. Niet verwonderlijk dat  de muziekindustrie flink investeert in talentenjachten op tv, waarvan de uitkomst bij voorbaat al vast staat en waarbij de wannabee artiesten het beginnerstarief (lees: vrijwel niets) van de platenlabels krijgen.

Streaming diensten als Spotify lijken in de eerste twee inkomstenbronnen te kunnen voorzien, maar er is een fundamenteel probleem aan het toekennen van auteursrechten bij  streaming media . Er ontbreekt context. Toen ik nog jaarlijks afrekeningen van BUMA kreeg werd er aangegeven bij wat voor type gelegenheid mijn muziek was gebruikt. Dat is van belang. Wanneer mijn muziek werd gedraaid bij Radio Stadskanaal of ziekenhuisradio Avondrood kreeg ik minder dan wanneer het gebruikt werd bij een reclame op primetime op tv. Logisch, want in het laatste geval is er een veel groter bereik en heb ik dus recht op een grotere vergoeding.

Royalty via Influence Metrics

Bij streaming media ontbreekt die context, omdat een account één keer een volle zaal luisteraars kan bedienen en de volgende keer een zolderkamertje van de organisator van de volle zaal van de dag ervoor. Er is dus een alternatieve weging nodig omdat niet elke aanvraag van een stream of download hetzelfde bereik heeft: Iemand die 20 keer hetzelfde nummer achter elkaar opvraagt heeft minder bereik dan 20 personen die een nummer eenmaal opvragen. In de laatste situatie is de kans dat de toename van bekendheid van een nummer aanzienlijk groter. Bovendien is van belang hoe relevant de luisteraar is. Als Lady Gaga een nummer geweldig vindt heeft dat meer waarde dan wanneer Henk (van Ingrid) dat vindt.

Een koppeling van Social Media aan een streamingdienst kan dit hiaat oplossen. Het openstellen van een API kan is hierbij een eerste stap. Stel je het volgende model voor: Wie gebruik wil maken van een streaming dienst kan dat alleen doen als hij inlogt via een social media account. Wie dat perse niet wil betaalt meer. Vervolgens wordt via een Influence Metrics systeem,  vergelijkbaar met Klout (maar dan goed: Klout is notoir onbetrouwbaar zoals @myJoydy en @marineltwit uitstekend hebben verwoord) gekeken hoe relevant het account is in het sociale netwerk. Afhankelijk van die score wordt bepaald hoe veel gewicht een stream heeft en hoeveel er betaald wordt.

Geen excuus

Als een dergelijk systeem transparant is hebben platenlabels, wat betreft een eerlijkere auteursrechtenverdeling, geen excuus meer om niet mee te werken aan een dergelijk systeem. Downloaders hebben dan geen excuus meer om illegaal te downloaden en kunnen wat mij betreft worden opgepakt. Want geloof me maar, die downloaders die zo’n grote waffel hebben over artiesten uitknijpende  platenmaatschappijen, zijn gewoon gierigaards die het vertikken om maar één cent aan een artiest te betalen.

Spotify verovert de U.S. Ze maakten gebruik van Klout Perks. Nu nog gebruik gaan maken van Influence