Nu de glasscherven in de Londense winkelstraten kunnen worden geveegd en de afgebrande gebouwen kunnen worden gesloopt is het grote analyseren van de jongerenrellen begonnen. De rol van de social media wordt zoals gewoonlijk uitvoerig belicht. Zoals verwacht (het zijn immers jongeren) blijkt Blackberry Messenger een grote rol gespeeld te hebben in de afstemming van de plunderingen. Om de rellen niet verder te escaleren heeft het eerste parlementslid al gepleit voor het afsluiten van de dienst “omdat anders de jongeren de overheid te slim af zijn.” Een begrijpelijke maar domme reflex. De Britse overheid kan zich beter afvragen wat ze van de jongeren kan leren.

Jantje lacht, Jantje huilt

Als het om social media of nieuwe technologie überhaupt gaat nemen massamedia en overheden toch al een houding aan van “Jantje lacht, Jantje huilt”, maar de laatste tijd maken ze het wel erg bont. Nog maar enkele weken geleden werden jongeren in het Midden-Oosten op het schild gehesen om hun moedige en inventieve pogingen om met hun online communicatie hun repressieve overheden steeds een stap voor te blijven. We hebben onze ogen nog niet geknipperd of onze kont nog niet gekeerd en we zien in al dat van die tijdelijke liefde voor social media niet veel meer over is als men niet meewerkt aan afsluitverzoeken. Dergelijke diensten zijn kennelijk alleen om foute regimes omver te werpen en wat fout is wil (in dit geval) de Britse overheid bepalen. Men zou zich in Londen beter af kunnen vragen of ze niet dramatisch achter de feiten aanlopen en zich bedienen van een methodiek die in de netwerkmaatschappij hopeloos ouderwets is. Social media are here to stay. Geen verbod gaat daar iets aan veranderen.

Flexibel en vertrouwen

Als we de communicatiemethodiek van de relschoppers vergelijken met die van de Britse overheid zien we al snel waarom die van de jongeren superieur is. De jongeren communiceren via een platform dat geen hiërarchie kent. Niet naar degene die het hoogst in de rang staat, maar naar degene met de meeste relevant is wordt het best geluisterd. Relevantie staat hier voor de grootte van het netwerk en de actualiteit van de berichten. Verder is de structuur plat en heeft geen grenzen. Daardoor kunnen grote groepen zeer flexibel schakelen. Er is verder geen centraal zenuwcentrum dat kan worden uitgeschakeld om de conversaties van de relschoppers te stoppen. Bovendien werkt het systeem – hoe tegen-intuïtief het ook klinkt – op basis van vertrouwen; Vertrouwen op elkaars netwerk en vertrouwen dat de ander de berichten alleen doorstuurt naar andere relschoppers. Dit gaat uiteraard wel eens mis en soms belandt er een bericht bij iemand die het naar de politie stuurt, maar die is toch niet in staat adequaat te reageren.

Hiërarchie en wantrouwen

Dan de Britse politie dus. Zij zijn sterk hiërarchisch georganiseerd via het principe “Command & Control” en werken met een communicatiesysteem dat honderden malen zo duur is als dat van de tegenpartij. Zo duur zelfs dat ze worden aangespoord maar te gaan SMSen. De communicatiestructuur is hiërarchisch.  Niet naar degene met de beste informatie maar de hoogste in rang wordt het best geluisterd. Dit is een communicatiesysteem gebaseerd op wantrouwen; Wantrouwen dat iemand lager in de rang misschien in een bepaalde situatie in staat te voorzien in de meest betrouwbare informatie. Het systeem is ook begrensd. Dat is veilig maar daarmee staat het systeem ook niet open voor bruikbare informatie uit onverwachte hoek. Dit maakt het communicatiemodel van de Britse politie (en in feite van de hele overheid) log, onbetrouwbaar en inadequaat voor situaties die snel kunnen veranderen. Het duurt dagen voordat 16.000 agenten gerecruteerd kunnen worden terwijl de relschoppers in enkele uren duizenden op de been kunnen krijgen. Dat geeft te denken.

Wil de Britse politie en de politiek in de toekomst niet meer verrast worden, dan zal moeten kijken wat ze van het communicatiemodel van de relschoppers kan leren en kritisch kijken of hun eigen model nog wel toereikend is voor de moderne tijd. Social media gaat immers niet meer weg; mensen die het misbruiken evenmin.