Ze hebben het er goed ingeramd bij vergrijsde VNO-NCW en aan de vergrijsde rechterkant van het  politieke spectrum: De AOW- en pensioenleeftijd kan op termijn gerust naar de 67, vanwege de gestegen levensverwachting. Toen  de partijen aan de vergrijsde linkerzijde (eindelijk) aan de oudedagsvoorzieningen begonnen te rekenen en de zeer vergrijsde vakbonden doorkregen dat hun eigen totaal vergrijsde achterban werd ontzien was het gedaan met de strijd rond dit idee. Je hoort ze het nog net niet zeggen “Zo jongeren, jullie leven maar liefst 7 jaar langer dan wij en hoeven slechts 2 jaartjes langer door te werken. Jullie mogen maar wat blij zijn met dat we er niet 72 jaar van hebben gemaakt, bofferds”. Het zaakje stinkt.

Halve waarheden, dubieuze statistieken

Als mensen met verve iets verdedigen, waar ze ogenschijnlijk niet beter van worden en zich voorstaan op hun altruïsme is het tijd voor scepsis; Zeker als er statistiek aan te pas komt. Natuurlijk hebben de ze gelijk, die bazen van het grote graaien als ze beweren dat de levensverwachting spectaculair is gestegen van 73 tot 80,5 jaar in 2 generaties en nog zal stijgen tot 85 voor vrouwen in 2050, maar dit is de levensverwachting bij geboorte en die zegt niet zoveel over de resterende levensverwachting bij je 65e levensjaar.

Bijzonder weinig zelfs. De stijging in levensverwachting is de afgelopen eeuw hoofdzakelijk toe te schrijven aan het voorkomen van vroege sterfgevallen. Dankzij betere kraamzorg, arbeidsomstandigheden, voeding, medische zorg en daling van tabaksconsumptie is het aantal mensen dat voortijdig overlijdt drastisch afgenomen. In de overlevingstetafels van het CBS is duidelijk te zien dat vooral de winst vooral is behaald bij de geboorte en de middelbare leeftijdscohorten. De winst rond 65 jaar is daarentegen veel kleiner. De kans dat we onze pensioensgerechtigde leeftijd halen is enorm toegenomen, maar de leeftijd waarop we de grootste kans hebben te overlijden is nauwelijks omhoog gegaan.

Nauwelijks ouder

Wanneer we de toename in leefijdsverwachting van mannen op 65 jarige leeftijd vergelijken tussen 1960 en 2006 blijft er nog maar een schamele 1,5 jaar over – niet eens voldoende meer om de verhoging van de AOW- en pensioens leeftijd te rechtvaardigen. Als we kijken in de nieuwe verkenning van het CBS uit 2009 is het verschil in resterende levensverwachting op pensioengerechtigde leeftijd tussen een babyboomer (1950) en iemand van Generatie X (1970) nog maar enkele maanden. Dat we de korte tijd dat we langer leven hoofdzakelijk ziek zullen doorbrengen laat ik dan nog even buiten beschouwing. Terwijl de babyboomer er nog op zijn 63e of eerder uit kan via de VUT, laat hij zijn kinderen en kleinkinderen tot hun 67e werken. Wie boft hier nu eigenlijk?

Er is dus helemaal geen reden om de babyboomers te ontzien in de verhoging van de AOW of pensioensleeftijd, want de babyboomers die nu nog leven doen dat vrijwel evenlang als hun kinderen, als ze de 65 jaar halen en de babyboomers die de levensverwachting bij geboorte naar beneden halen zijn al lang dood en horen dus niet meer in de statistiek!

Nauwelijks duurder

Deze feiten zijn voor grijze polderbazen al onaangenaam genoeg, maar het wordt nog erger wanneer we financiële consequenties van dit alles bekijken. Een werknemer die vroegtijdig overlijdt, betaalt vanaf dat moment geen premies voor oudedagvoorzieningen meer en aangezien de premies inkomensafhankelijk zijn en men doorgaans het meest verdient aan het einde van de carrière loopt de derving van inkomsten door vroege overleden werknemers behoorlijk op. In plaats daarvan worden doorgaans nabstaandepensioenen uitgekeerd. De pensioenpot wordt dus niet alleen niet meer gespekt, maar er wordt dus zelfs geld aan ontrokken.

Doordat tegenwoordig het aantal voortijdige sterfgevallen zo is gedaald, stijgen de kosten voor de oudedagsvoorzieningen dus niet, maar dalen ze. Vanzelfsprekend overlijden deze werknemers niet precies op hun 65e en aangezien in absolute zin de leeftijd wel iets gaat stijgen, worden de oudedagsvoorzieningen onder aan de streep wel duurder, maar veel minder dan puur op grond van levensverwachting mag worden aangenomen. De grootste stijging in kosten zit hem gewoon in het feit dat het aandeel 65+ers in de maatschappij dramatisch gaat toenemen. Toegenomen levensverwachting speelt daarbij slechts een kleine rol.

Willen we dus een rechtvaardige verdeling van de AOW- en pensioengerechtigde leeftijd tussen de generaties, dan is er maar één maatregel denkbaar. Verhoog de AOW- en pensioengerechtigde leeftijd per direct naar 67 jaar, zodat babyboomers hun solidaire plicht niet ontlopen en verhoog haar vanaf dat moment met de levensverwachting, maar dan die bij pensioengerechtigde leeftijd.

Affiche van de SP tegen verhoging AOW leeftijd