Op Frankwatching stelde Jos van Mil dat Het Nieuwe Werken (HNW) niets nieuws is; De techniek is er immers en verder is het vooral een kwestie van gestroomlijnde informatievoorziening, communicatie en procesverbetering om de doelstellingen achter het Het Nieuwe Werken te realiseren. Ondanks deze conclusie blijft hij nogal in technische hulmiddelen hangen en geeft geen antwoord waarom Het Nieuwe Werken dan niet allang breed is ingevoerd.

Zo oud als de beschaving

Natuurlijk heeft de medeoprichter van Time Management Nederland gelijk als hij stelt dat het fenomeen van sturen op resultaat in plaats van aanwezigheid en plaats- en tijdonafhankelijk werken veel ouder is dan 2005, toen  Bill Gates de term “The New World of Work” muntte. Hoe oud het precies is laat hij achterwege. Ik stel dat Het Nieuwe Werken zo oud is als het bestaan van kenniswerk. In de dageraad van de handel en politiek werden deals al voorgekookt, voordat ze in de Agora of op de handelskades werden geregeld. Daar kwam geen kantoor met vaste werkplek aan te pas; Het gebeurde op het moment en de plaats waar de belanghebbende partijen het meest baat bij hadden. Sommige beroepen zijn niet eens denkbaar zonder de principes van Het Nieuwe Werken, zoals buitendienstfuncties. Technische mogelijkheden hebben -hoewel ze een nuttige bijdrage leveren – wat dat betreft weinig tot niets met Het Nieuwe Werken te maken.

Het Nieuwe Werken is – zo bezien – al bijna zo oud als de historie en omdat tegenwoordig de meeste werkgelegenheid kenniswerk is,  zou theoretisch gezien het grootste deel van Nederland plaats- en tijdonafhankelijk kunnen werken.

Iedereen zijn eigen objective. Over 2 weken is het gereed. Waar, wanneer en hoeveel je er in die 2 weken aan werkt moet je zelf weten. Je mag op het kantoor komen, maar daar word je niet op afgerekend. Ik gun Jos van Mil zijn baan waarbij hij deze luxe heeft, maar ik raad hem eens aan op maandagochtend vanuit Amsterdam via de A6 naar het noorden te rijden. In tegengestelde richting staat 35 km blik vast op weg van Jan de forens van wie nog altijd verwacht wordt stipt om 9 uur op het kantoor te zijn.

Niet voor ons

“Het Nieuwe Werken, leuk idee maar niet voor mijn afdeling”, “Ik heb geen problemen met Het Nieuwe Werken. Iedereen mag van mij af en toe een dagje thuiswerken, na mijn goedkeuring”, “Ik wil ‘mijn’ mensen in de ogen kunnen kijken als ze aan het werk zijn”. Dit is een kleine greep van reacties van managers uit het middensegment die ik heb meegemaakt. Deze zijn begrijpelijk, maar daarmee nog niet reëel. Op een congres hoorde ik zelfs het verhaal van een nieuwe manager die als eerste alle verworvenheden van Het Nieuwe Werken terugdraaide, omdat hij van mening was dat hij alleen zo zijn medewerkers onder controle kon houden. Moeite met controle uit handen geven, onzekerheid over hoe te managen, impliciet wantrouwen in de verantwoordelijkheden van medewerkers en onvermogen om de theorie te vertalen naar de eigen bedrijfspraktijk: Het is deze cultuur met ingebakken angsten en risico-aversie, die een brede acceptatie in de weg staat.

De weerstand zit overigens beslist niet alleen bij sommige leidinggevenden: Ik heb een 25-jarige knul letterlijk horen zeggen hoe blij hij was met een prikklok omdat hij zo aan zijn baas kon laten zien hoe hard hij werkte. Een collega van hem vond dat hij bij vergaderingen aanwezig moest zijn en dat mensen die via videoconferencing een vergadering bijwoonden niet mee mochten beslissen “omdat ze niet de moeite hadden genomen naar het kantoor te komen”. Alsof in de file staan een blijk van loyaliteit is. Weerstand en onbegrip zit in alle lagen van een organisatie en in alle leeftijdscohorten.

Noviteit

Omgekeerd zijn er gelukkig steeds meer leidinggevenden, die het belang inzien om kenniswerkers hun werkzaamheden zelf te laten indelen, vooral in ondernemende bedrijfsculturen en in de hogere regionen waar strategie en beleid gemaakt wordt. Uiteindelijk trekken deze managers aan het langste eind.

Waarom ik dat denk? Omdat we een demografische noviteit gaan beleven. In de eerste keer sinds mensenheugenis gaat de bevolkingsomvang structureel en langdurig afnemen. Dat gaat onvoorstelbare gevolgen hebben voor de arbeidsmarkt. Voor elke 5 babyboomers die het pand verlaten komen er 3 jongeren terug, als ze er tenminste willen werken; Voor hen 10 andere bedrijven. Dit houdt niet op na de babyboom; Het wordt een continu proces waarbij het aantal mensen dat de arbeidsmarkt verlaat niet geheel kan worden vervangen. Wellicht voor altijd.

Acceptatie

In deze strijd om de schaarse werknemer kunnen de salarissen maar beperkt omhoog. Zelfs in krapte op de arbeidsmarkt zal geen onderneming een medewerker aannemen die meer kost dan hij oplevert. De strijd om talent zal dus gevoerd worden via de secundaire arbeidsvoorwaarden. Het Nieuwe Werken is daarbij een uitermate aantrekkelijke voorwaarde, die per saldo nog geld zal opleveren ook – als de processen goed zijn ingericht, zoals Jos van Mil terecht opmerkt. Bedrijven die dit niet willen of hun bedrijfscultuur niet voldoende kunnen aanpassen aan deze nieuwe realiteit, zullen de strijd om het schaarse talent uiteindelijk verliezen. De vraag wordt dus niet: “Ga ik aan het Nieuwe werken of niet?”, maar “Ga ik aan het Nieuwe Werken of sluit ik de tent?”. De jongen van de prikklok zal de organisatie echt niet op de been gaan houden.

De belangrijkste voorwaarden voor het slagen van Het Nieuwe Werken zijn – hoewel belangrijk – dus niet de goede communicatie, informatievoorziening of een goede inregeling van processen; De belangrijkste voorwaarde was, is en blijft cultuur. Een cultuur van vertrouwen in de zelfstandigheid van medewerkers, vertrouwen in de veerkracht van de onderneming bij veranderingen en vertrouwen in leidinggevenden die met weinig sturing kunnen managen. Maar ook dat is op zich ook niet nieuw. Nieuw is wel de demografische realiteit, die aanpassingen op de werkvloer onvermijdelijk maakt.  De titel van het artikel van Jos van Mil “Het Nieuwe Werken is oud!” is dus eigenlijk zo slecht nog niet. De redenen die hij aanvoert onderbouwen de titel echter niet voldoende.

Deze schrijver heeft het concept Het Nieuwe Werken mede geintroduceerd in een onderneming met een procedurele bedrijfscultuur. Na vele valpartijen op een hobbelige weg omhoog  met pilots, sceptische bestuurders en twijfelende denktanks als medevluchters  (het is Tour de France tijd, dus de metafoor mag) heeft de directie besloten het concept in te voeren.   Arbeidsvoorwaarden, technische voorzieningen en de geplande nieuwe huisvesting zullen worden ingericht om de principes achter HNW zoveel mogelijk te ondersteunen .