Lifestyle discriminatie is hip. Hoe meer de gezondheidsuitgaven onder druk staan, hoe harder allerlei lieden roepen om extra belastingen of premies voor mensen met een ongezonde levensstijl of voor ongezonde producten. In Denemarken is onlangs de vette bek extra belast en Rob Oudkerk ging in Pauw & Witteman als ‘Lector Leefstijlverandering’ (ik verzin het niet) zover dat de premie voor rokers, drinkers en vetzakken met 30% omhoog moet. Met zijn idee krijgt hij zelfs 55% van de Nederlanders mee.  Die mensen mogen dan van Oudkerk “solidair” zijn, maar dat zijn ze niet. Sterker nog: ze zijn bijzonder slecht geïnformeerd. Een ongezonde levensstijl kost de maatschappij niet meer, maar levert juist geld op. Zeker bij rokers.

Voordelig op het kerkhof

Begrijpelijk is het wel van Oudkerk. De oud PvdA-wethouder ziet in zijn huisartsenpraktijk dagelijks de gevolgen van jarenlange nicotineverslavingen, alcoholmisbruik en obesitas. Bij zijn doorverwijzingen zal hij wel talloze malen verzucht hebben dat dit was te voorkomen. Hij zal ongetwijfeld vaak denken aan de klauwen met geld die dit de maatschappij jaarlijks kost. Wat hij niet ziet zijn de dode dikzakken en drankorgels op het kerkhof. Die kosten de maatschappij geen cent meer. Hetzelfde geldt voor de roker, die voor het laatst heeft gerookt in het crematorium. Al deze mensen hebben de gezondheidszorg per jaar meer gekost, maar gaan ook aanzienlijk eerder dood. Dat compenseert de kosten aanzienlijk.

Hoeveel levensjaren een ongezonde levensstijl kost is moeilijk te zeggen. Bij zware rokers schat men het verlies  tussen de 8 en 12 jaar. Maar dit zijn statistieken en ik heb eerder uitgelegd hoe discutabel die zijn bij levensverwachtingen. Een statistische significantie geeft nog geen causaal verband aan. Ook rokers die aan iets anders sterven dan een rokersaandoening verschijnen als roker in de statistiek. Bovendien kan roken en vroeg overlijden ook allebei een gevolg zijn van de neiging om meer risico’s te nemen in het leven. Men heeft hiervoor de term ‘Rokerspersoonlijkheid’  gemunt. Hoe dan ook: Het verschil in levensverwachting moet significant zijn, anders zouden sommige verzekeringen geen speciale rokerslijfrente kennen, die verstokte rokers een extra hoge uitkering biedt.

Voordelige laatste adem

Dat zieke en terminale rokers de gezondheidskosten opdrijven is eveneens een fabeltje. Rokers sterven welliswaar eerder, maar ook niet-rokers gaan ooit ter ziele. En omdat tegenwoordig bijna niemand meer gezond het bed instapt om vervolgens nooit meer wakker te worden verbruikt een niet-roker in zijn laatste jaren eveneens grote hoeveelheden medische faciliteiten.

Rokers sterven vaker aan longkanker. Dat is afgrijselijk, maar ook erg goedkoop want het duurt niet lang. Van alle specialismen heeft de longafdeling van een ziekenhuis de grootste doorstroming en de uitgang is doorgaans het mortuarium. Niet-rokers blazen hun laatste adem vaak uit na jarenlange problemen met hart en vaten. Omdat ze ouder worden hebben ze bovendien een grotere kans te maken te krijgen met de ziekte van Alzheimer. De behandelkosten voor deze ziekten zijn stukken hoger. Dit behoort Oudkerk overigens te weten; Al 25 jaar geleden toonden de Zwitserse onderzoekers Robert Leu en Thomas Schaub al aan dat rokers de Zwitserse gezondheidszorg per saldo niets extra kosten. Latere onderzoeken onderschrijven dit. Er is weinig reden aan te nemen dat het in Nederland anders is.

Voordelig voor de AOW

Dit soort gegevens vindt de gezondheidslobby al vervelend genoeg, maar het wordt nog erger als we de AOW en de pensioenen in de berekeningen mee nemen. Als de gemiddelde levensverwachting 80,5 jaar is en 25% van de mensen roken (deze cijfers kloppen bij benadering) en rokers sterven gemiddeld 10 jaar eerder (het gemiddelde van de 8-12 jaar uit de schatting) dan kun je eenvoudig uitrekenen dat een niet-roker gemiddeld 83 wordt en een roker gemiddeld 73. Dat betekent dat een niet-roker dus bij huidige pensioenregime 18 jaar pensioen en AOW geniet, tegenover 8 voor een roker. Een niet-roker put dus ruim 2 maal zoveel uit de ruif als de liefhebber van nicotine. Als de pensioensleeftijd naar 67 gaat de verhouding zelfs richting 1 op 3. Een vergelijkbare statistiek mag je zelf in elkaar knutselen voor vetkleppen en drinkebroeren. Over de accijnzen die de overheid bij deze mensen ophaalt hebben we het dan nog niet eens gehad.

Gezondheidsmilitanten

Iedereen die niet compleet stekeblind is kan zien dat ongezonde mensen de maatschappij per saldo meer opleveren dan dat ze kosten. Ik stel dan ook voor dat we premies en belastingen gaan heffen op mensen die de schatkist daadwerkelijk veel geld kosten: De gezondheidsmilitanten die met alle geweld 90 willen worden en dan te beginnen met de sporters. Elke zondag stromen de poliklinieken vol met sportblessures; Elke februari wordt de luchtbrug geopend om ongelukkige wintersporters met spoed te repatriëren. Het aantal blessures per jaar is 2,5 miljoen (!), waarvan er 1,4 miljoen worden behandeld. De jaarlijkse kosten lopen op tot 1,4 miljard euro. Zonder sporters zouden de wachtlijsten vermoedelijk niet eens bestaan. Het moet afgelopen zijn met deze waanzin. Ik stel dan ook een health-tax voor, zodat deze mensen gaan betalen voor hun onverantwoordelijke levensstijl. We beginnen met sporters. Indien het genoeg effect heeft kunnen we de tax uitbreiden voor vegetariërs, geheelonthouders en nicotineweigeraars.

En nee: ik rook niet 😉

Sportblessures kosten de maatschappij jaarlijks ruim 1 miljard euro